Intramuros: Guillaume Van Moerkercke
Liminality / Guillaume Van Moerkercke
While it happens to be
Naar aanleiding van een atelierbezoek bij Guillaume Van Moerkercke, juni 2026
De kleurendronken impressionist Renoir zei ooit dat hij er veertig jaar over deed om te ontdekken dat zwart de koningin aller kleuren was. In je schoolkleurensetje zat wellicht wel een tube zwart. Wetenschappers zouden Renoir en jou op de vingers tikken: een kleur is dat eigenlijk niet. In wezen zijn wit en zwart ultieme samenvattingen van het gehele kleurenspectrum. Theoretisch maak je ze door alle overige, echte ‘kleuren’ met elkaar te mengen. Ze zijn dus een allesomvattende vorm van kleur, en daardoor, vreemd genoeg, geen kleur meer. Alles is veel te veel en dus niks. Wat je ziet is nooit zuiver zwart. Een graficus zal je wijzen op additieve en subtractieve kleuren. De eerste krijg je door licht. De combinatie van alle gekleurde licht levert witte straling op. Subtractieve kleuren krijg je door het mengen van inkten of verven. Voeg je daarvan het hele gamma bijeen, dan levert dat zwart op … Zwart en wit zijn dus zowel niets als alles, waarbij wit ontastbaar opdoemt en zwart ontastbaar verdwijnt. Dat is zwanger van symboliek. We gaan zwart rouwend de materiële wereld uit, hopend op de witte gloed van een ontastbaar hiernamaals, om maar iets te zeggen. Denk verder maar aan goed en kwaad, heling en dood, hoop en verwoesting. Zowat alle uitersten van leven en tijdelijkheid verbinden we aan die polen.
Wat is zwart dan wel? Misschien gewoon een toestand waarin kleuren voorgoed zwijgen, waar de dingen zich niet langer opdringen om gezien te worden. Guillaume Van Moerkercke heeft het vaak over verstilling in overpeinzingen bij zijn werk. Zijn beeldend avontuur begon met de getekende weergave van een gegeven realiteit: cityscapes en landschappen. De vaardige afbeelding daarvan met houtskool, opengewreven tot op de rand van verzadiging van het papier, werd een vaste signatuur. Dat zwak voor verstillend zwart, de keuze voor persoonlijk geladen plaatsen en een veranderlijke dagboeklezing ervan, bevatten de kiem voor wat hij vandaag maakt.
De ‘déclic’ voor een volgende stap in het onderzoek bleek de verhuis naar een nieuw atelier, een paar jaar terug. In een verlaten fabriekje langs een Oudenaardse invalsweg voltrok zich de transformatie van een vaardige registrator/tekenaar naar een kunstenaar die sober dialogeert met plaats, voorwerpen en tijd en daarbij steeds minder mentale teugels wil vasthouden. Een set objets trouvés gaf de aanzet. Soms reikt het toeval ze hem aan, soms treft hij ze achtergelaten in het gebouw als getuigen van voorbije nijver. Ze kwamen als kleinsculptuur het oeuvre binnen. Nu eens gunt hij ze hun eigen patine, dan weer onderwerpt hij ze aan zijn fascinatie voor het gitzwart van houtskool, dat inmiddels overal zijn sporen achterliet op wanden en klinken, zich ophoopte langs plinten en ronddwaalde in de hoeken waar hij werkte. Bakvormen, hompen conserveerwas van voorbije confituurproductie en hun opengevouwen verpakking, verdwaalde schragen, onbestemde stukken meubilair, keramische bouwstenen, lederen aandrijfriemen, verticale lamellen van loshangende vensterbekleding: ze vertolken de zwijgende geschiedenis van een plek waar grondstoffen transformeerden tot producten, zich vermengend met tijd, de stille handelingen en het ongeschreven verhaal van wie er werkte.
Recent werd die houtskool uitgebreid met nieuwe materialen, het liefst onorthodoxe, in een ‘trial and error’-onderzoek naar middelen die donkerte (daarom geen somberte!) combineren met wendbaarheid en vloei. Teer of kleurvernis daagt hij uit met terpentijn, tastend hoe ver ze hun pigment laten uitwassen, soms in een dagenlange proefneming. Hoe ver daalt een pigment op een drager, gespoeld onder zwaartekracht en onderweg blootgesteld aan de verdamping van vluchtig solvent? Waar landt die beweging uiteindelijk in een gestold spoor? De sensualiteit van wat ‘gebeurt’ verdringt de nood om een ruimte of een landschap te evoceren. Even één worden met wat zich voltrekt kan genoeg zijn. Paradoxaal genoeg doen de resultaten soms opnieuw bijzonder landschappelijk aan, al was het maar door hun diepte, als coulissen in een woud of een wolkenhemel.
Tekeningen van eenzelfde tuin op verschillende ogenblikken, van archeologische vondsten, de liefde voor gevonden voorwerpen met een verleden, experimenten met duur: stilaan kristalliseert zich een kern in Guillaumes fascinatie: de tijd en hoe daarmee om te gaan. Kunst heeft de tijd altijd willen ‘cureren’; ze kiest beelden uit om een verhaal te vrijwaren voor verlies, omdat herinneringen snel vervliegen. In essentie verschilt een grottekening van een jachtpartij in Lascaux daarin niet zo fel van de impressionistische zonsondergang of een foto van Cartier-Bresson. Ze redden een moment. God behoede dat het ooit zo ver komt, maar in een tijdperk waarin meer en meer ‘gebeuren’ wordt vastgelegd in bewegende media en door groeiende registratie van ons doen en laten, wordt alles misschien ooit te allen tijde raadpleegbaar door er voor- of achteruit in te scrollen. Wat zou het afbeelden van dingen op een moment dan nog te betekenen hebben? Wat betekent afbeelden tout court? Of zou dat meesterschap over alles wat gebeurt de tijd zelf overbodig maken en alles opslokken in een zwart gat? Het lijkt erop alsof het onderzoek van Guillaume Van Moerkercke de focus verlegt van het vastleggen van tijd en dingen in een afbeelding, naar het tactiel ervaren van de dingen zelf. Zowel maker als werk zijn liminaal, zitten dus ergens tussen twee fasen in. Kan je als kunstenaar even meesurfen op de golf van materiaal terwijl het bezig is met ‘worden’? Kan je, in plaats van de werkelijkheid voor te zijn door een verhaal te verzinnen, of hopeloos te laat te komen om een bestaand beeld te ‘vangen’, misschien even heel tactiel ‘in’ het moment van het gebeuren vertoeven, ‘while it happens to be’? Guillaume doet pogingen om voorbij te gaan aan het sturende door zich over te geven aan de materialiteit van dingen, de veranderlijkheid ervan. Het resultaat van die pogingen lijkt op een dans met de materie, met wisselende dominantie tussen twee partners: soms is de maker bepalend, soms neemt het materiaal zelf de regie over, al dan niet gekleed in een donkere ballroomoutfit van houtskool of teerkleurig vernis.
Frederik Van Laere