Shop

Intra Muros: The Glimpse of It

Over de schilderijen van Sarah Strosse
  • zondag14 april 202411:00totzondag12 mei 202417:00

The glimpse of it

Over de schilderijen van Sarah Strosse

“The opposite of a glance ... is a glimpse: because in a glance, we see only for a second, and in a glimpse, the object shows itself only for a second” - James Elkins

Sarah Strosse koos er recent voor om schilderen voluit de aandacht te geven dat het voordien eigenlijk al verdiende. Ze richtte daarvoor een ruimer atelier in en vocht er tijd voor vrij. Dat vertaalt zich in gecondenseerd en indringend werk. Op een jaloersmakende antieke tekentafel heeft ze wat schetsen geprikt: vingeroefeningen tussendoor om banen te hakken naar de beelden in haar hoofd. Want vaardig als ze is met een potlood of een krijt, schilderen blijft onmiskenbaar haar echte medium. Dat heeft veel te maken met de materie zelf. In een aangenaam gesprek daarover legde ze ook feilloos haar vinger op de kern van dat medium: het kundig weergeven van wat je ziet, maar ook het mee verdwalen in de eigen grillen van verf, de spanning tussen meester zijn over het materiaal en het toelaten van wat dat materiaal zelf wil. En bovenal: die grens opzoeken waar je loutere waarneming en wat je vooraf dacht te weten tegen elkaar beginnen te schuren. Niet toelaten dat wat je weet zich gaat moeien met wat je voor het eerst ziet: uiterst moeilijk is dat. Ook bij de kleine, klassiek aandoende schilderijen van putti-hoofdjes overviel het haar dikwijls. Van een archeologisch kleinood, opgeraapt langs de Schelde, restten enkel wat scherven. Sarah beschrijft de last om de fragmenten als dusdanig, gekwetst en onvolledig, neer te zetten. Steeds opnieuw stak de reflex op om ze al schilderend te ‘helen’, met een volledig hoofdje dat ‘voor ogen’ kwam en het ware zicht ontnam.

In zijn baanbrekende reeks Ways of Seeing plaatste John Berger het ‘zien’ voor het woordelijk verklaren. Voor zien en kijken bestaan niet voor niks twee werkwoorden. Het eerste is gewaarwording, het tweede intentie. Toch zijn de twee onlosmakelijk, oppert Berger. “We only see what we look at” en tegelijk: “To look is an act of choice”. Die spanning tussen ondergaan en kiezen combineert de schilder met het gevecht tussen materiaal en wil. Los van hun fascinerende, ietwat lugubere schoonheid houden Sarah’s bolle, glibberige en blinkende oogbollen ons meteen ook dat hele programma voor: een kijken dat ‘te kijk’ staat, een ‘zien’ dat in vraag wordt gesteld, in een tijd waarin ieder beeld mogelijk een leugen is, verzonnen door een algoritme of artificieel bijgespijkerd - kluitjes in het riet … Of een tijd waarin je bepaalde beelden misschien liever niet ziet, terwijl je opengesperde ogen, die daar zo hulpeloos uit hun kassen liggen, zich niet kunnen sluiten. Een pijnlijk zien dat vermoeit, waar je een kind wil voor behoeden … Is Sarah zich, zoals zoveel schilders, bewust van onze immer bezoedelde, nooit vrijblijvende blik? Ik lees in haar werk een heimwee naar authenticiteit en onbevangenheid. Ze vertrouwde me toe dat de ogen van een lam haar nog het meest intrigeren. Turend in de ogen van zo’n beest heb je er immers het raden naar of en wat het denkt: iets onpeilbaars dat de impact van een blik vergroot.

Is het die hang naar onschuld, of eerder het klassieke, gedempte palet en het ietwat out-of-focus van hun fluwelige toets? Maar de doeken van Sarah Strosse ademen een zekere melancholie. Ze lijken duurtijd te schenken aan het vluchtige van een herinnering, aan iets dat zich slechts kortstondig ontvouwde en niet meer tot dit moment behoort - de ‘glimp’ waarin dingen zich openbaren … James Elkins maakte ooit een mooi, subtiel onderscheid tussen ‘the glance’, de korte tijd waarin we iets slechts onvolledig kunnen bekijken, en ‘the glimpse’, een flits waarin iets zich ten volle, intens, maar uiterst kort ontvouwt. Sarah heeft een vaste Zwitserse refugeplek, waar ze zich met regelmaat terugtrekt om te wandelen. Daar voltrekt het zich dikwijls, bijna magisch: dat korte ogenblik waarop een lage wolk of een flard mist optrekt en de immense contouren van een alp verschijnen. Een machtige, altijd aanwezige brok achter al het veranderlijke. Het veranderlijke van een peer die rot, een bloem die verwelkt, een steentje dat verbrokkelt …

Maar bij dat alles zwegen we nog over de gewone wellust van schilderen, over de sensatie van materiaal en kleur. Ik bezocht talloze ateliers. Je krijgt ze in soorten. Sarah bergt haar verf niet op in een tas. Evenmin laat ze de tubes slingeren in hoeken. Voor haar kleuren is een prominente tafel neergezet, waar tubes netjes op een rij liggen, als toetsen in een klavier. Ze praat over een nieuw soortje groen met aandoenlijke liefde voor het vak, die je zin geeft de tube open te draaien en er terstond iets mee te doen.

Frederik Van Laere