Shop

Intra Muros: Démont(r)er

Alexander Bossuyt & Jonas Callaert
  • zondag20 november 202214:00totzondag18 december 202217:00

Wat maakt van een schilderij een schilderij? De voorstelling, ongetwijfeld, zoals ze aan het oppervlak schittert, die daar met olieverf of acryl vaardig werd opgesmeerd. Die voorstelling kan een snede uit de ons bekende wereld zijn. Die voorstelling kan even goed een abstract onderzoek naar ordening of dissonantie van kleuren en vegen worden. Ze kan ons geruststellen of ons bedrieglijk op het verkeerde been zetten. Ze kan kundig gepenseeld zijn naar de dingen zoals die zich daar voor onze neus aandienen. Ze kan zich even goed beroepen op een foto of drukwerk als tussenstap, zonder dat wij dat goed en wel door hebben. Ze kan fotografie, grafiek of voorwerpen opnemen in haar huid. Ze kan ontzettend veel, na eeuwen kunsthistorie …

‘Het schilderij als venster op de wereld’ is in wezen niet meer dan een figuurlijke deur die al tot in den treure werd ingetrapt. Dat venster op de wereld is regelmatig aangedampt, besmeurd, opgepoetst of gebroken. Zes eeuwen lang al, sinds Leon Battista Alberti de metafoor voor het eerst lanceerde. Die gemeenplaats klopt maar ten dele. Ze gaat gemakzuchtig voorbij aan het feit dat een schilderij ook altijd gewoon een ding onder de dingen bleef. Een venster is immers niet alleen een raam dat zicht biedt op de dingen, het is ook een vaardig ineengezette verzameling van profielen, glas, scharnieren en sloten, die we naar believen kunnen openen en sluiten om tocht binnen te laten of een vlieg buiten te jagen. Met een venster zijn we tegelijk toeschouwer en bewoner van de ruimte. Zo is het schilderij ook een samenstelling van latten, canvas, spijkers en een grondlaag, kant-en-klaar gekocht of eigenhandig en zorgzaam gefabriceerd. Naakt of ingelijst. En wat geldt voor het schilderij, gaat even goed op voor een uitgescheurde prent. Onze aandacht kan blijven hangen aan de afbeelding, maar ook aan de plooien, rafels of ezelsoren van het blad zelf.

Die fenomenologische dubbelzinnigheid houdt kunstenaars als Alexander Bossuyt en Jonas Callaert bezig. Ze exploreren de voorstelling, maar even goed het raam, de verf, het doek, de duur, de lijst en de handeling. Voor zover dat schilderij venster blijft, openen ze het gezwind en halen ze frisse lucht binnen.

Door spieramen open te breken, het doek te herleiden tot verweven repen, te confronteren met blanco stroken of banden tape, tast Jonas Callaert de grenzen van het schilderij af. De act van het schilderen zelf blijft daarbij prominent overeind. Verf aanbrengen of verwijderen, smeren en schrapen maken ook de duur en de smeuïgheid van dat proces leesbaar. Soms verhuist hij het resultaat strook per strook van het ene doek naar het andere. De leugenachtigheid ook: op recente doeken kopieert hij toetsen, vlekken, sporen en vouwen letterlijk en schenkt hij ze zelfs overtuigende schaduwen, waardoor het ene schilderij een soort vervalsing van het andere wordt. Zo becommentarieert hij met speelse sluwheid het schilderij als voorstelling, niet langer van een herkenbare wereld, maar ook van zijn eigen abstracte gestes. Die aanpak snijdt wel hout in een wereld waarin we ons van ieder uitgewisseld beeld kunnen afvragen of het authentiek, dan wel gejat is.

Dat jatten overigens geen schande is, leert ons Alexander Bossuyt. Als een strandjutter gebruikt hij bestaande schilderijen en prenten. Vooral de lijst fascineert hem: die geprofileerde rand waarmee wij het kunstwerk als een soort ‘Sondergebiet’ beklemtonen. Met een lijst zonderen we het kunstwerk theatraal af van zijn omgeving en verlenen we status, zelfs aan talrijke verlijmde reproducties die onze woonkamers sieren. Een geprofileerde lijst zuigt onze blik naar binnen, bakent de zone af waarin een andere kijkwijze geldt. Met het verstek van de lijst als geometrisch uitgangspunt, gaat hij de voorstelling soms te lijf, om ze nadien alternatief samen te puzzelen. Soms komt de oorspronkelijke voorstelling er bekaaid van af, gemutileerd door een invallende schijfzaag, elders ontluiken in de kwetsuren nieuwe ritmes en een nieuw élan. Met diafragma’s van lijsten lokt hij de kijker naar een niets of maakt hij ons voyeurs langs een peephole. Langs de lijst haalt hij met de decoupeerzaag een beeld onderuit tot op de randen van het herkenbare. In dat hele spel behoudt hij een tactiele gevoeligheid voor soms povere materialen en hun patine en voor de sleet op gevonden beeldmateriaal.

Jonas en Alexander keren het kunstwerk naar hartenlust binnenstebuiten, recycleren, ontleden, ontmantelen en stellen opnieuw samen. Ze demonteren en demonstreren, de één analytisch, de ander poëtisch, beiden veelal allebei. Ze doen dat met de speelse nieuwsgierigheid van knapen die een transistorradio openvijzen en er zelf een nieuw lied bij zingen. Hun zoektocht kan zowel een dissectie van als een ode aan het medium zijn.

Frederik Van Laere